KROMME RIJN CONCERTEN

18 mei 2014

Leden van het Arto Ensemble
met Ruña 't Hart, viool

spelen werken van Mozart, Coleridge-Taylor en een wereldpremière, het klarinetquintet opus 155 van Thomas Oboe Lee

Ruña 't Hart (foto Janus van den Eijnden)

Zie ook:

Recensie

Amerikaanse Balkanmaten in Bunnik

Ondanks het prachtige zondagweer waren er veel bezoekers in de Oude Dorpskerk van Bunnik om te luisteren naar het laatste Kromme Rijn Concert van dit seizoen uitgevoerd door ARTO leden Nancy Braithwaite op klarinet, Amarins Wierdsma op viool, Prunella Parcey op altviool en Guus Fabius op cello, met gastvioliste Ruña ’t Hart.

Als opening speelden de vier strijkers kwartet nr 17 in Bes-groot van W.A.Mozart (KV458). De natuurtooninervallen waaraan de naam Jachtkwartet te danken is (verwijzend naar de jachthoorn) klonken mooi door in de lage instrumenten.

Na dit smakelijke voorgerecht kwam de hoofdmaaltijd van deze middag, de wereldpremière van Clarinetquintet opus 155 van Thomas Oboe Lee (Boston. U.S.A.) gecomponeerd voor ARTO. De componist was vanuit Boston naar Bunnik gereisd en gaf een summiere inleiding Hij stelde te hebben gestolen van Arvo Pärt (KRC 15 dcc 2013) en verder gespeeld te hebben met jazz en walsjes voor een beest met vijf poten. Het eerste deel klonk als een religieuze meditatie, ingetogen maar niet droevig, die inderdaad deed denken aan de (hedendaagse) Arvo Pärt, naar ook aan Hildegard von Bingen van 800 jaar geleden. In de volgende delen klonken jazz stukken waarbij Guus Fabius als een contrabassist in de snaren van zijn cello greep. En dan weer lichte dansen, maar net iets anders, zoals de Fünftaktiger Walz uit Alsace. In het laatste deel steeg de klarinet met ritmes als de Bulgaarse kopanitsa, jubelend als een veldleeuwerik om dan weer neer te dalen in de vlakte waar de strijkers net de vertrouwde 4/4-naat het lied ondersteund hadden.

Het waren blije vrolijke mensen die in de pauze met een glas thee of wijn van de zon genoten.
Na de pauze klonk weer een klarinetkwintet. Samuel Coleridge-Taylor had in 1895 na het beluisteren van het klarinetkwintet van Brahms de uitdaging van zijn leraar Stanford opgepakt om een kwintet te scjrijven dat niet leunde op Brahms. En was daarin geslaagd. Het was een mooi stuk. De klarinet speelde vaak in de lage registers samen met de cello en de altviool terwijl de begeleidende violen de boventoon voerden, en dan af en toe met een hoge luide aria de aandacht vragend.

Geen spijt van de keuze voor genieten van muziek in plaats van het schitterende voorzomerweer.

Rudi van Houten